Het internationale ministerie "Licht voor de Naties" presenteert:

Een openbaring van hemel en hel die
aan 7 jonge mensen werd gegeven.

(Wegens de opnamen waar wij van vertaald hebben, werden slechts 6 opgesteld)

 

(Eerste Getuigenis)

Lucas 16:19-26   Het Woord van God zegt:” (19)  En er was een rijk man, die gekleed ging in purper en fijn linnen en elke dag schitterend feest hield.20 En er was een bedelaar, Lazarus genaamd, vol zweren, 21 nedergelegd bij zijn voorportaal, die verlangde zijn honger te stillen met wat van de tafel van de rijke afviel; zelfs kwamen de honden zijn zweren likken.22 Het geschiedde, dat de arme stierf en door de engelen gedragen werd in Abrahams schoot.23 Ook de rijke stierf en hij werd begraven. En toen hij in het dodenrijk zijn ogen opsloeg onder de pijnigingen, zag hij Abraham van verre en Lazarus in zijn schoot.24 En hij riep en zeide: Vader Abraham, heb medelijden met mij en zend Lazarus opdat hij de top van zijn vinger in water dope en mijn tong verkoele, want ik lijd pijn in deze vlam.25 Maar Abraham zeide: Kind, herinner u, hoe gij het goede tijdens uw leven hebt ontvangen en insgelijks Lazarus het kwade; nu wordt hij hier vertroost en gij lijdt pijn.26 En bij dit alles, er is tussen ons en u een onoverkomelijke kloof, opdat zij, die vanhier tot u zouden willen gaan, dit niet zouden kunnen, en zij vandaar niet aan onze kant zouden kunnen komen.”

De Bijbel, het Woord van God, is zeer duidelijk over het onderwerp van de hemel en de hel. In dit Bijbelgedeelte dat wij net hebben gelezen, vertelde de Heer ons over twee plaatsen: Hemel en Hel, de veroordeling of de redding. Er is geen overgangsgebied. Het vagevuur bestaat niet. Een voorportaal, waar de mensen voor een tijdje verblijven nadat zij van de aarde zijn vertrokken en dan naar hemel gaan bestaat ook niet; de Bijbel is erg duidelijk daar over.

 

11 april 1995

 

God gaf ons een openbaring die de koers van ons leven zou veranderen. Wij waren net begonnen om te leren over God en Zijn Woord. Wij zijn zeven jonge mensen aan welke God het voorrecht en de grote verantwoordelijkheid heeft gegeven om deze openbaring met de wereld te delen.

 

 Alles begon om ongeveer 10:00 a.m. Wij waren aan het bidden en wij hadden die dag voorbereid om te gaan picknicken. Plotseling rond 10 a.m. Een zeer krachtig wit licht scheen door één van de ramen in de kamer. Toen dat licht verscheen, begonnen wij allemaal onmiddellijk in tongen te spreken, en werden wij gedoopt met het Heilige Geest . Op dat moment, waren wij allemaal verbaasd en gefascineerd met wat wij zagen. Dat prachtige licht verlichtte de gehele kamer waar wij waren. Het was een licht dat veel sterker was dan het licht van de zon en in het midden van dat licht zagen wij een hele schare van engelen gekleed in het wit. Deze engelen waren zo prachtig, lang, en zeer mooi. In het midden van al die engelen zagen wij iets verbazends, het figuur van een Man. Deze figuur was een speciaal wezen. Een Man die in een zeer witte mantel en klederen was gekleed. Zijn haar was als gouden draden. Wij konden Zijn gezicht niet zien omdat het te veel licht uitstraalde. Ook zagen wij een gouden riem rondom Zijn borst, en die riem had in goud deze woorden geschreven: "Koning der Koningen en Here der Heren." Hij droeg zuivere gouden sandalen aan Zijn voeten, en Zijn schoonheid was zonder gelijke. Toen wij de aanwezigheid van die Man zagen, vielen wij allemaal op onze knieën. Wij begonnen toen Zijn stem te horen; deze stem was zeer speciaal en wonderbaar. Elk woord boorde in onze harten zoals een tweesnijdend zwaard; zoals als het wordt geschreven in het woord van God (Hebreeërs 4:12). Hij sprak tot ons in zeer eenvoudige maar krachtige woorden. Wij konden Hem met een hoorbare stem horen zeggen, "Mijn kleine kinderen, wees niet bang, Ik ben Jezus van Nazareth, en ik heb jullie opgezocht om jullie een geheim te tonen zodat jullie het aan steden, naties, steden, kerken, en alle plaatsen kunnen tonen en vertellen. Waar ik jullie vertel om heen te gaan, daar zullen jullie heengaan, en waar ik jullie niet vertel om te gaan, zullen jullie niet gaan”.

 

De Heilige Bijbel, het Woord van God, zegt in Joel 2:28 " Daarna zal het geschieden, dat Ik mijn Geest zal uitstorten op al wat leeft en uw zonen en uw dochters zullen profeteren; uw ouden zullen dromen dromen; uw jongelingen zullen gezichten zien.”

Dit zijn de tijden die God voor iedereen voorbereid. Op dat zelfde ogenblik, gebeurde er iets vreemds. Een rots verscheen in het midden van de kamer, en de Heer, die met ons was, verzocht ons om op die rots te gaan staan. De rots was ongeveer 20 cm boven de vloer, en in de vloer verscheen een reusachtig gat. Het was een zwart, zeer groot, angstaanjagend hol. Plotseling, begonnen wij op de rots te vallen en gingen we door het gat in de vloer naar beneden. Het was donker en het leidde ons naar het centrum van de aarde. Ondertussen, vielen wij in die sombere duisternis en wij waren heel angstig en bang! Wij waren zo bang dat wij tegen de Heer zeiden, "Heer wij willen niet naar die plaats gaan! Neem ons niet mee naar die plaats, Heer! Haal ons hier uit, Heer!" De Heer, antwoordde ons met een zeer mooie en bewogen stem en zei, "Deze ervaring is noodzakelijk zodat jullie aan anderen kunnen vertellen wat jullie gezien hebben."

 Binnen deze hoorn-vormige tunnel, staarden wij om schaduwen, demonen en figuren te zien die zich van de ene naar de andere plaats bewogen. Langzaam maar zeker, gingen wij dieper en dieper naar beneden. Binnen enkele seconden begonnen wij een leegte en grote vrees te voelen. Wij arriveerden bij enige spelonken/grotten, bij enige afschuwelijke deuren als doofhoven. Wij wilden daar niet binnen gaan. Wij begonnen een vreselijke geur en een hitte op te merken die ons naar adem deed snakken. Zodra wij die plaats ingingen, begonnen wij vreselijke dingen en angstaanjagende beelden te zien. De volledige plaats was overspoeld in vlammen; en in het midden van deze vlammen, waren de lichamen van duizenden mensen die leden in grote kwelling. Deze beelden die ons getoond werden waren zo afschuwelijk, dat we die eigenlijk liever niet wilden zien.

Wij konden zien dat de plaats in verschillende afdelingen van kwelling en lijden was verdeeld. Één van de eerste gebieden die de Heer ons toestond om te zien, was de "Vallei van de Ketels" zoals wij die noemden; het waren miljoenen ketels. De ketels waren op het niveau van de grond ingebed; van binnen waren ze gevuld met brandende lava. Binnen elk van hen was er een ziel van een persoon die was gestorven en naar de hel was gegaan. Zodra die zielen de Heer zagen, begonnen zij te schreeuwen en te zeggen, "Heer, heb genade met ons! Heer, geef me een kans om uit deze plaats te komen! Heer, neem me er uit en ik zal de wereld vertellen dat deze plaats echt is!" De Heer keek zelfs niet naar hen. Er waren miljoenen mannen, vrouwen en jonge mensen in die plaats. Wij zagen ook homoseksuelen en dronkaards die gekweld werden. Wij zagen al deze mensen schreeuwend in zo’n grote kwelling. Iets wat ons schokkeerde was om te zien hoe hun lichamen werden vernietigd. De wormen kwamen in en uit hun lege oogkassen, monden, en oren; en doordrongen de huid van hun gehele lichamen. Dit vervult het woord van God geschreven in het boek van Jesaja  66:24 " Zij zullen uitgaan en de lijken aanschouwen der mannen, die van Mij afvallig geworden zijn; want hun worm zal niet sterven, en hun vuur zal niet uitdoven, en zij zullen voor al wat leeft een afgrijzen wezen." Verder, in het boek van Marcus 9:44 lezen wij, " waar hun worm niet sterft en het vuur niet wordt uitgeblust ".

Op dat moment, werden wij helemaal met afschuw vervuld van wat wij zagen. Wij zagen vlammen van ongeveer 2.70 tot 3.60 meter hoog. Binnen elk van die vlammen, verblijft de ziel van een persoon die gestorven is en in de hel is aangekomen. De Heer stond ons toe om een man te zien die binnenin één van die ketels was. Hij stond op zijn kop en het vlees van zijn gezicht was in stukken aan het vallen. Hij bleef intens en vastbesloten kijken naar de Heer; en toen begon de man te schreeuwen en de naam van Jezus aan te roepen. Hij zei, "Heer, heb genade! Heer, geef me een kans! Heer, haal me uit deze plaats!" Maar de Heer Jezus wilde niet naar hem kijken. Jezus draaide eenvoudig zijn rug naar hem toe. Toen Jezus dit deed, begon de man de Heer te vervloeken en te belasteren. Deze man was John Lennon, een lid van de duivelse muziekgroep "de Beatles." John Lennon was een man die tijdens zijn leven de Heer bespotte en grappen over hem maakte. Hij zei dat het christendom zou gaan verdwijnen en dat Jezus Christus door iedereen zou worden vergeten. Nochtans, vandaag is deze man in de hel en Jezus Christus is levend! En het christendom is ook niet verdwenen.

 

Toen wij begonnen om op de randen van die plaats te lopen, strekten de zielen hun handen tot ons uit en smeekten om genade. Zij vroegen Jezus om hen daar uit te halen, maar de Heer wilde niet eens naar ze kijken. Toen begonnen wij door verschillende gebieden te gaan, specifiek, door de meest vreselijkste afdeling van de hel. Deze plaats is waar de slechtere kwellingen gebeuren, namelijk het centrum van de hel. Dit zijn de meest geconcentreerde vormen van kwelling; dergelijke kwellingen kan een menselijk wezen nooit in uitdrukking brengen. De enige mensen die daar waren zijn hen die Jezus en het Woord van God kenden. Er waren dominees, evangelisten, missionarissen, en allerlei mensen die eens Jezus hadden aangenomen en de waarheid hadden gekend; maar een dubbel leven hadden geleefd. Er waren ook afvalligen; zij leden duizend keer erger dan een ieder ander. Deze schreeuwden en smeekten de Heer om genade, maar het woord van de Heer zegt in het boek van HEBREEËRS 10:26 “Want indien wij opzettelijk zondigen, nadat wij tot erkentenis der waarheid gekomen zijn, blijft er geen offer voor de zonden meer over,"

 

Die zielen waren daar omdat zij gepreekt, gevast, gezongen en hun handen opgeheven hadden in de kerk, maar in de straten en in hun huizen waren zij in overspel, ontucht, en hadden gelogen en diefstallen begaan. Wij kunnen niet liegen tegen God. De Bijbel zegt, dat hij aan wie veel is gegeven, ook veel zal worden geëist. Daar, stond God ons toe om twee vrouwen te zien die christelijke zusters op de aarde waren geweest, maar die zusters hadden niet het rechtvaardige leven voor de Heer geleefd.

 

De een zei tegen de andere, "Jij vervloekte ellendeling! Het is jouw fout dat ik in deze plaats ben! Jij hebt niet een heilig evangelie aan me gepredikt! En omdat jij me niet over de waarheid heb verteld, ben ik nu hier in de hel!" Zij zeiden deze dingen tegen elkaar in het midden van de vlammen, en zij haatten elkaar omdat er geen liefde, genade, of vergeving in hel is. Er waren duizenden zielen die het Woord van God hadden gekend, maar hun levens waren niet rein vóór de heilige aanwezigheid van de Heer geweest. U kunt niet met God of met de vlammen van de hel spelen!" zei de Heer.

 

Hij vertelde ons ook "Mijn zonen, al het lijden op de aarde die in één enkele plaats wordt geconcentreerd is niets, NIETS vergeleken met het lijden die een persoon heeft in de beste delen van hel." Als het dan zo vreselijk is voor hen die het minst in hel lijden, hoeveel slechter is het voor hen die in het centrum van hel zijn, die eens het Woord van Heer kende en er van weggelopen waren. Op dit moment, vertelde de Heer ons ook dat wij met het vuur op de aarde kunnen spelen, maar nooit met het vuur in de hel.

 

Wij bleven lopen door verschillende gebieden en Heer toonde ons veel verschillende mensen. Wij konden zien dat alle mensen daar ongeveer zes verschillende types van kwellingen hadden. Daar, werden de zielen gekweld door demonen met allerlei straffen. Een andere vreselijke straf was hun eigen geweten dat hen vertelde, "Herinner toen zij tot je predikten, herinner toen je het Woord van God hoorde, herinner toen zij je over de hel vertelden en je lachte erom!" Hun eigen geweten was een grote kwelling voor hen; net zoals de wormen die over hun lichamen gingen als een verterend vuur die duizenden en duizenden keren heter is, dan wij dat kennen. Dat is de beloning die de duivel heeft voor allen die hem zoeken en voor allen die hem volgen.

 

 Het Woord van Heer zegt in Openbaringen 21:8

“Maar de lafhartigen, de ongelovigen, de verfoeilijken, de moordenaars, de hoereerders, de tovenaars, de afgodendienaars, en alle leugenaars; hun deel is in de poel, die brandt van vuur en zwavel: dit is de tweede dood”.

Daarna, stond de Heer ons toe om een man te zien die zes mensen had vermoord. Deze zes mensen omringden hem nu, en schreeuwden tegen hem zeggende, "Het is uw fout dat wij allen in deze plaats zijn, UW FOUT!"

 

 De moordenaar probeerde zijn oren te bedekken omdat hij niet naar hen wilde luisteren, maar dit kon hij niet vermijden aangezien in de hel al uw zintuigen veel gevoeliger zijn. Ook werden de zielen daar gekweld met een ondraaglijke dorst voor water die in geen geval kan worden tevredengesteld, zoals de rijke man van het verhaal in de Bijbel die zegt dat slechts één enkele druppel water genoeg zou zijn geweest. Het Woord van de Heer zegt in Jesaja 34:9 “Zijn beken verkeren in pek, zijn stof in zwavel en zijn land wordt tot brandend pek,”

 

 Die zielen waren daar omdat zij gepreekt, gevast, gezongen en hun handen opgeheven hadden in de kerk, maar in de straten en in hun huizen waren zij in overspel, ontucht, en hadden gelogen en diefstallen begaan. Wij kunnen niet liegen tegen God. De Bijbel zegt dat, hij aan wie veel is gegeven, ook veel zal worden geëist. Daar, stond God ons toe om twee vrouwen te zien die christelijke zusters op de aarde waren geweest, maar die zusters hadden niet het rechtvaardige leven voor de Heer geleefd. De een zei tegen de andere, "Jij vervloekte ellendeling! Het is jouw fout dat ik in deze plaats ben! Jij hebt niet een heilig evangelie aan me gepredikt! En omdat jij me niet over de waarheid heb verteld, ben ik nu hier in de hel!" Zij zeiden deze dingen tegen elkaar in het midden van de vlammen, en zij haatten elkaar omdat er geen liefde, genade, of vergeving in hel is. Er waren duizenden zielen die het Woord van God hadden gekend, maar hun levens waren niet rein vóór de heilige aanwezigheid van de Heer geweest.

 

U kunt niet met God of met de vlammen van de hel spelen!" zei de Heer. Hij vertelde ons ook "Mijn zonen, al het lijden op de aarde die in één enkele plaats wordt geconcentreerd is niets, NIETS vergeleken met het lijden die een persoon heeft in de beste delen van hel." Als het dan zo vreselijk is voor hen die het minst in hel lijden, hoeveel slechter is het voor hen die in het centrum van hel zijn, die eens het Woord van Heer kende en er van weggelopen waren. Op dit moment, vertelde de Heer ons ook dat wij met het vuur op de aarde kunnen spelen, maar nooit met het vuur in de hel.

 

Wij bleven lopen door verschillende gebieden en Heer toonde ons veel verschillende mensen. Wij konden zien dat alle mensen daar ongeveer zes verschillende types van kwellingen hadden. Daar, werden de zielen gekweld door demonen met allerlei straffen. Een andere vreselijke straf was hun eigen geweten dat hen vertelde, "Herinner toen zij tot je predikten, herinner toen je het Woord van God hoorde, herinner toen zij je over de hel vertelden en je lachte erom!" Hun eigen geweten was een grote kwelling voor hen; net zoals de wormen die over hun lichamen gingen als een verterend vuur die duizenden en duizenden keren heter is, dan wij dat kennen. Dat is de beloning die de duivel heeft voor allen die hem zoeken en voor allen die hem volgen.

 

 Het Woord van Heer zegt in Openbaringen 21:8

“Maar de lafhartigen, de ongelovigen, de verfoeilijken, de moordenaars, de hoereerders, de tovenaars, de afgodendienaars, en alle leugenaars; hun deel is in de poel, die brandt van vuur en zwavel: dit is de tweede dood”.

 

Daarna, stond de Heer ons toe om een man te zien die zes mensen had vermoord. Deze zes mensen omringden hem nu, en schreeuwden tegen hem zeggende, "Het is uw fout dat wij allen in deze plaats zijn, UW FOUT!"

 

 De moordenaar probeerde zijn oren te bedekken omdat hij niet naar hen wilde luisteren, maar dit kon hij niet vermijden aangezien in de hel al uw zintuigen veel gevoeliger zijn. Ook werden de zielen daar gekweld met een ondraaglijke dorst voor water die in geen geval kan worden tevredengesteld, zoals de rijke man van het verhaal in de Bijbel die zegt dat slechts één enkele druppel water genoeg zou zijn geweest. Het Woord van de Heer zegt in Jesaja 34:9 “Zijn beken verkeren in pek, zijn stof in zwavel en zijn land wordt tot brandend pek,” 

 

Daar, in die plaats, waren alle zielen in het midden van het vuur. De mensen zagen luchtspiegelingen van glasheldere rivieren in het midden van het vuur; maar toen zij probeerden om deze te bereiken, veranderden die rivieren in vuur. Zij zagen ook bomen met fruit dat water distilleerde; maar als zij probeerden om ze te plukken, verbrandden zij hun handen en de demonen staken de gek met hen.

 

Na dit gebied, stond God ons toe om naar een plaats te gaan die veel erger was dan de andere plaatsen die wij hadden gezien. Wij zagen het meer van vuur en zwavel. Op één van de kanten van dat meer was een kleiner meer. In dat kleinere meer, waren miljoenen en miljoenen en miljoenen zielen die schreeuwden en de Heer smeekten en smeekten om genade met hen te hebben. Zij zeiden tot Hem “Alstublieft Heer! Haal ons hier uit al was het maar voor een klein ogenblik! Alstublieft geef me de kans om eruit te gaan!" Nochtans, kon de Heer niets voor hen doen omdat hun oordeel al bepaald was. In die miljoenen en miljoenen van mensen, stond de Heer ons toe om naar een man te kijken van wie het lichaam half in het meer van vuur gedompeld was. De Heer liet ons zijn gedachten kennen en begrijpen.

 

De naam van die man was Mark. De dingen die deze man in zijn gedachten tegen zichzelf zei, verbaasde ons. Hij leerde ons een eeuwige les met de volgende gedachten, "Ik zou alles geven om nu in uw plaats te zijn! Ik zou alles geven om naar de aarde terug te gaan al was het alleen maar voor één minuut. Ik zou het niet erg vinden, als ik, de meest ellendigste, de aller-ziekste, de meest gehate of de armste man in de wereld zou zijn; ik zou alles geven willen om terug te gaan! Voor enkel één minuut op de aarde." De Heer Jezus hield mijn hand vast en kende zijn gedachten. Hij antwoordde op de gedachten van Mark zeggend, "Mark, waarom zou u naar de aarde willen teruggaan zelfs voor één enkele minuut?" Met een schreeuwende en gekwelde stem, vertelde hij Hem, "Heer! Ik zou van alles willen geven om naar de aarde terug te gaan voor alleen één enkele minuut eenvoudigweg om berouw te hebben en gered te worden." Toen de Heer hoorde wat Mark had gezegd, zag ik dat bloed uit de wonden van Jezus kwam en dat tranen zijn ogen vulden toen Hij tot de man zei, "Mark, het is te laat voor u! Wormen zijn geplaatst voor uw bed en wormen zullen u overdekken”. Toen de Heer die woorden tot hem zei, zakte hij voor altijd in het meer. Droevig, al die zielen hebben geen hoop meer. Alleen wij hebben vandaag nog de kans om berouw te hebben over onze zonden en naar de hemel te gaan met onze Heer Jezus Christus.

Mijn zuster zal nu verder gaan met dit getuigenis, dank u.

 

(Tweede Getuigenis)

 

God zegene u beste geliefde broers. Laten we het Woord van de Heer in Psalm 18:9 lezen: "Hij neigde de hemel en daalde neder, donkerheid was onder zijn voeten,”

Toen de Heer zich uitstrekte naar mijn hand, greep ik Zijn hand en toen begonnen wij, naar beneden te gaan, in die tunnel. De tunnel werd donkerder en donkerder tot op een gegeven moment, ik mijn andere hand, die de Heer niet vasthield, zelfs niet meer kon zien. Plotseling, passeerden wij iets wat donker was en dat fonkelde; iets wat lawaai maakte. De duisternis was zo dicht, je kon de muren van de tunnel niet met je handen vinden. Wij bleven met zulk een hoge snelheid dalen dat ik vond alsof mijn eigen ziel van mijn lichaam scheidde. Terwijl wij verder naar beneden gingen, begon ik een zeer rotte geur op te merken; als de geur van verrot vlees.

 

Elk ogenblik werd de geur veel slechter. Plotseling, begon ik de stemmen van miljoenen en miljoenen te horen die eindeloos schreeuwden, het uitriepen, kermden en kreunden. Ik draaide toen naar De Heer, omdat ik zo bang was, en zei ik, "Heer waar neemt u mij mee naar toe? Heer, heb genade met me! Alstublieft heb genade met me!" De Heer zei enkel, "Het is noodzakelijk dat je dit ziet, zodat je het aan iedereen kan vertellen". Wij bleven door deze hoorn-vormige tunnel dalen tot wij bij deze plaats aankwamen. Deze plaats was volledig donker. Het was alsof er een zwaar gordijn van mijn ogen weg werd getrokken, ik begon miljoenen en miljoenen vlammen te zien. Erger nog, ik kon deze kwellende schreeuwen horen maar ik kon niemand zien, zodat ik werkelijk bang begon te worden. Ik zei tegen De Heer, "Oh Heer, heb alstublieft genade met me! Oh Heer, heb alstublieft genade met me! Neem me niet mee naar deze plaats! Vergeef me!" Op dat ogenblik, dacht ik niet dat ik enkel een toeschouwer in de hel was, ik dacht dat het de dag van het oordeel was. Toen ik me vóór Heer Jezus bevond, schudde ik hevig omdat ik werkelijk dacht dat dit het einde van mijn leven was. Wij gingen zelfs nog dichter naar een enorme grote vlam toe, dat voor ons lag; hij was reusachtig en brandde met woedende razernij. Ik bleef langzaam dalen, ziende massa's vlammen en horende miljoenen zielen die met één stem het uitschreeuwden.

 

Toen zag ik een houten tafel die niet door het vuur werd verteerd. Op deze tafel rustte een aantal flessen die op bierflessen leken. Zij leken verfrissend, maar zij waren volledig gevuld met vuur. Terwijl ik dit bekeek, verscheen plotseling een man. Zijn vlees was bijna helemaal vernietigd. Wat was overgebleven van zijn kleren was eveneens modderig en brandende. Hij had reeds zijn ogen, mond, en al zijn haar door de vuur verloren. Deze man kon me daar zien ondanks het feit dat hij geen ogen had. Dat is waarom ik u het nu vertel, dat het de ziel/geest van een persoon is die denkt, redeneert, en echt ziet; niet uw natuurlijk lichaam. De man stak zijn magere hand naar de Heer uit en begon te schreeuwen en te zeggen, "Heer, heb genade met me! Heer, heb genade met me! Ik ben in pijn! Ik ben aan het verbranden! Alstublieft, heb genade met me en haal me uit deze plaats!". De Heer keek naar hem met medelijden, en ik begon iets warms te voelen in mijn hand. Toen ik keek, was het bloed... Het Bloed van Jezus! Het was het bloed van de Heer, dat uit Zijn hand kwam terwijl hij naar deze man keek die in vlammen en lijden overspoeld werd. En op dat moment, draaide de man zijn starende blik in de richting van de tafel en liep naar de flessen. Zijn hand reikte uit naar de fles en toen hij op het punt stond om ervan te drinken schoot er vuur en rook uit de fles.

 

Hij trok zijn hoofd terug en gilde zoals ik nog nooit eerder heb gehoord. Hij schreeuwde met grote pijn en verdriet en toen begon hij te drinken wat in die fles zat. Nochtans, de fles was gevuld met zuur en zijn keel totaal werd vernietigd door het zuur. Je kon zien hoe dat zuur zijn maag passeerde en hem pijnigde. Op het voorhoofd van deze man was een getal dat in zijn huid was gegraveerd. Het was het getal 666. Zijn borst had een plaat, die van een onbekende metaalsoort was gemaakt, dat door niets kon worden vernietigd; zelfs niet door de hitte of de wormen. Niets kon dit metaal vernietigen. Daarop stond iets geschreven in letters dat wij niet konden begrijpen, maar de Heer gaf ons in Zijn grote genade de uitleg van wat er geschreven stond. Het was dit, "Ik ben hier omdat ik een dronkaard ben." Hij smeekte de Heer om genade, maar het Woord van God is zeer duidelijk wanneer het ons in 1 Corinthiërs 6:10 vertelt: “Dwaalt niet! Hoereerders, afgodendienaars, overspelers, schandjongens, knapenschenders, dieven, geldgierigen, dronkaards, lasteraars of oplichters zullen het Koninkrijk Gods niet beërven.

 

De Heer liet me, van deze man, zijn laatste ogenblikken op de aarde zien. Zoals in een film, verschenen van deze man, de laatste ogenblikken van zijn leven. Het was als een groot televisiescherm dat me zijn laatste seconden toonde vóór zijn dood. Deze man heette Luis en hij was in een kroeg aan het drinken. Ik zag dezelfde tafel en dezelfde flessen in die kroeg en rond deze tafel waren zijn vrienden. Ik kan u dit nu vertellen, is er slechts ÉÉN WARE VRIEND, en zijn naam is JEZUS CHRISTUS. Hij is de trouwste vriend.

 

 Luis was daar aan het drinken en zijn vrienden waren al dronken. Zijn beste vriend nam een fles, brak het en begon Luis neer te steken. Toen hij Luis zag liggend op de vloer is hij weggelopen, maar Luis bloedde dood op de vloer. Het droevigste is dat hij zonder de Heer stierf. In het midden van dit alles terwijl al die zielen schreeuwden in de hel, vroeg ik de Heer, "Oh Heer, vertel me alstublieft, wist deze man van U? Was hij op de hoogte dat U de redder bent?". En Heer antwoordde droevig, "Ja Lupe, hij was van Mij op de hoogte. Hij aanvaarde Mij als zijn persoonlijke verlosser, maar hij diende Mij niet." Toen, voelde ik zelfs nog meer vrees. Toen, schreeuwde Luis luider en schreeuwde, "Heer dit doet zeer! Dit doet zeer! Heb genade met me!" Hij strekte opnieuw zijn hand naar de Heer uit, maar in plaats daarvan nam Hij mijn hand en wij begonnen weg te lopen van de vlam. De vlammen begonnen Luis geweldadiger te vernietigen, en hij schreeuwde luider, "Heb genade met me! Heb genade met me!" Toen ging hij in de vlammen verloren. Jezus en ik bleven in deze plaats lopen. Deze plaats was erg groot! Het was angstig! Wij liepen tot wij een andere vlam naderden. Ik zei tegen de Heer, "Heer, nee! Alstublieft, ik wil niets meer zien van dit! Ik smeek U mij te vergeven! Alstublieft vergeef me! Ik wil dit niet meer zien!" Dus, ik sloot mijn ogen, maar het maakte niet uit of ik hen open of dicht had, want ik bleef even goed nog alles zien.

 

Deze vlam begon langzaam te zakken en ik begon een vrouw te zien. Zij was bedekt met modder, en de modder was vol met wormen. Zij had heel weinig haren over en het was aangekoekt met wormgeteisterde modder. Bovendien, werd zij rondom ook verteerd door wormen en zij schreeuwde, "Heer, heb genade met me! Heer, heb genade met me en vergeef me! Bekijk me! Dit doet pijn! Heb genade met me! Neem deze wormen weg! Neem me uit deze kwelling vandaan omdat het zo veel pijn doet!" De Heer bekeek haar eenvoudig met groot verdriet. Ik kon het bemerken omdat wij Zijn hand vasthielden, wij konden de pijn en het verdriet in het hart van de Heer voelen toen Hij naar alle verloren zielen keek, brandend in de vlammen van de hel voor eeuwig. Deze vrouw had geen ogen of lippen, maar zij kon wel zien en voelen; alle pijn was enkel sterker. Zij had een fles in haar handen, vol zuur, maar zij geloofde dat het parfum was. Hoewel, ik kon zien dat het zuur was en elke keer als zij het op haar lichaam spoot, verbrandde ze.

 

Niettemin, bracht zij dit zuur elke keer op haar lichaam aan onophoudelijk. Zij bleef zeggen dat het een dure parfum was. Zij geloofde ook dat zij een mooie halsketting droeg, maar alles wat ik zag waren slangen die rondom haar hals zaten. Zij geloofde dat zij zeer dure armbanden droeg, maar ik zag dat het wormen waren van ongeveer 30cm lang, die woest in haar beenderen aan het graven waren. Deze vrouw zei dat haar juwelen alles was wat zij had. Ik zag schorpioenen en wormen over haar gehele lichaam; en de metalen plaat, die iedereen in hel draagt, zei, "Ik ben hier voor diefstal". Deze vrouw had geen berouw van haar zonde. Toen vroeg de Heer haar, "Magdalena, waarom bent u in deze plaats?" Zij antwoordde, "Ik vond het niet erg om van anderen te stelen. Het enige waar ik om gaf, waren mijn juwelen en om nog meer dure parfums te bezitten. Het interesseerde mij niet, wie ik beroofde, zolang ik er maar goed uit zag." Ik hield de hand van Christus stevig vast toen ik de wormen door haar volledig lichaam zag graven en wroeten. Magdalena draaide zich toen om; om iets te zoeken.

 

Ik vroeg de Heer nog een keer, "Heer, wist deze persoon over u?" En de Heer antwoordde, " deze persoon kende me." Magdalena begon rond te kijken, zeggende, "Heer waar is die vrouw die tot me sprak over u? Waar is zij? Ik ben al 15 jaar in de hel ". Aangezien alle mensen in de hel zich alles kunnen herinneren, Magdalena bleef vragen: "Waar is deze vrouw? Ik kan haar niet zien!" Ik wist dat haar lichaam zich niet kon omdraaien omdat haar vlees in de zelfde positie bleef. Zij probeerde te draaien, om in andere vlammen te kijken, om te proberen die vrouw te vinden die tot haar over God sprak. Toen, zei de Heer tot haar, "Nee! Nee, Magdalena, zij is hier niet.

 

Die vrouw die u over mij vertelde is met Mij in het Koninkrijk van de Hemel." Toen zij dit hoorde, wierp zij zich neer in de vlammen en zij brandde haar meer en meer. Nochtans, veroordeelde haar metaalplaat haar als dief. Ik wil u in het Woord van de Heer laten lezen in Jesaja 3:24 “Dan zal er in plaats van balsemgeur vunsheid zijn, in plaats van een gordel een touw, in plaats van haarvlechten kaalheid, in plaats van een pronkgewaad omgording met een rouwkleed, een brandmerk in plaats van schoonheid.

 

Wij bleven lopen met de Heer. In het volgende ogenblik, zag ik een zeer grote kolom die met wormen was gevuld en rond die kolom was een glijbaan die van roodgloeiend metaal was gemaakt. Ook, op deze kolom was een verlicht aanplakbord opgezet dat overal zou kunnen worden gezien, zeggend, " Welkom alle leugenaars en roddellaars." Aan het eind van die glijbaan, was er een kleine lagune die kookte en het leek als brandende zwavel. Toen zag ik een totaal naakte persoon die van de glijbaan naar beneden gleed. Terwijl deze persoon naar beneden gleed, pelde zijn huid van hem af en bleef aan de glijbaan vast plakken. Terwijl die persoon in de brandende lagune viel, zwol zijn tong op tot het explodeerde en de wormen verschenen op de plaats van de tong om met hun kwelling te beginnen.

 

Het Woord van God zegt echt in Psalm 73:18-19 ", Waarlijk, Gij stelt hen op glibberige plaatsen, Gij doet hen instorten tot puin.  19 Hoe worden zij in een oogwenk tot een voorwerp van ontzetting, zijn zij verdwenen, vergaan door verschrikkingen;”

 

Na die scène, werden wij teruggenomen. Ik wil u wel vertellen dat de hel en de hemel meer realiteit zijn dan de fysieke wereld die wij kennen. Het is hier, waar u beslist, welke richting u wilt gaan; om de eeuwigheid met Jezus of in de brandende hel door te brengen. De Heer bleef zeggen tot ons: " Zonder heiligheid zal geen mens Mij zien, zonder heiligheid zal geen mens Mij zien." Dat is waarom ik u nu hetzelfde vertel," Zonder heiligheid kunt u de Heer niet zien."

 

 (Derde Getuigenis)

 

Laten we naar het Woord van de Heer gaan in Matthëus 10:28." En weest niet bevreesd voor hen, die wel het lichaam doden, maar de ziel niet kunnen doden; weest veeleer bevreesd voor Hem, die beide, ziel en lichaam, kan verderven in de hel.”

 

Wanneer een ziel in de hel aankomt, verwerft die persoon een lichaam van dood. De Here Jezus nam mijn hand en wij begonnen naar beneden te gaan door een zeer donkere en zeer diepe tunnel die tot het centrum van de aarde leidde. Wij kwamen bij een plaats aan waar er verscheidene deuren waren om naar binnen te gaan; één van die deuren opende en wij gingen met de Heer naar binnen. Ik wilde de hand van de Heer niet los laten, omdat ik wist, dat ik dan voor altijd in de hel zou moeten blijven.

 

Wij kwamen binnen door die deur en het eerste dat ik zag was een enorme muur waar duizenden mensen aan hun hoofden aan haken hingen en met handboeien aan de muur. Wij zagen ook overal duizenden en duizenden mensen staan in het midden van de vlammen. Wij reisden verder en bevonden ons voor één van die vlammen en het begon langzaam naar beneden te zakken. Toen kon Ik een persoon daar in zien. Toen de persoon begon te spreken, herkende ik dat het een man was. Deze man droeg de kledij van een priester, en de kledingstukken waren helemaal vuil en verscheurd.

 

De wormen glibberden van binnen naar buiten en door, en rond het lichaam van deze man. Zijn lichaam leek verkoold en verteerd door het vuur. Zijn ogen waren eruit geplukt en het vlees van zijn lichaam was aan het smelten en viel op de grond. Nadat alle vlees van hem af was gevallen, groeide het weer terug en hetzelfde proces bleef zich herhalen. Toen deze man Jezus zag zei hij, "Heer, heb genade met me, heb genade met me! Alstublieft, laat me hier uit voor een enkel ogenblik! Een enkele minuut!"

 

Deze man had een metaalplaat waarop de verklaring stond, "Ik ben hier voor diefstal" in zijn borst geschreven. Toen Jezus dichterbij kwam, vroeg hij deze man, "Wat is uw naam?" De man antwoordde, "Andrew, mijn naam is Andrew, Heer." De Heer vroeg hem, "Hoe lang bent u hier?" Andrew antwoordde, "Ik ben hier al heel lang." De man begon zijn verhaal te vertellen. Hij zei, dat hij de verantwoordelijkheid had om tienden te verzamelen en de geldelijke distributie aan de armen te organiseren in zijn Katholieke kerk.

 

Maar in plaats daarvan, stal hij het geld. Toen, vroeg de Heer, met Zijn ogen vol van bewogenheid, aan de man, "Andrew, heeft u ooit gehoord van het evangelie?" En Andrew antwoordde, "Ja Heer, er was één christelijke vrouw die naar de kerk ging en zij predikte het evangelie èèn keer, maar ik wilde het niet geloven en aanvaarden, maar ik geloof het nu! Nu geloof ik dat dit echt is! Alstublieft Heer, neem me hieruit vandaan, minstens één enkel ogenblik!" Terwijl hij dit zei, kropen de wormen door zijn oogkassen, gingen door zijn oren weg, en kwamen opnieuw binnen door zijn mond. Hij probeerde om hen er met zijn handen af te trekken maar het was onmogelijk. Andrew schreeuwde afschuwelijk en herhaaldelijk smeekte hij God om genade. Hij bleef Jezus vragen om hem uit die plaats te halen. Om de zaken nog erger te maken, waren demonen hem constant aan het martelen door hem met hun speren te doorboren. Deze demonen leken precies op sommige poppen die wij hier op aarde hebben genaamd " De Jordanos".

 

Ik zag die poppen in de hel, maar zij waren geen poppen meer; zij waren levend en zij waren demonen. Zij waren ongeveer 90 cm lang en zij hadden zeer scherpe tanden. Bloed kwam uit hun monden en hun ogen waren volledig rood. Zij staken Andrew met al hun kracht, evenals iedereen die in deze delen van de hel waren. Toen ik dit waarnam, vroeg ik de Heer, hoe het mogelijk is dat een pop die op de aarde is, er hetzelfde uitziet als de demonen. De Heer vertelde me dat dit geesten van droefheid waren.

 

 

De Heer bleef me verder leiden, daar duizenden mensen in kwelling zien. Telkens als deze zielen de Heer zagen, probeerden zij om Hem met hun magere handen te bereiken. Toen bemerkte Ik een vrouw op, die begon te schreeuwen, toen zij Jezus zag. Zij gilde, "Heer, heb alstublieft genade met me! Haal me uit deze plaats!" Deze vrouw leed ernstig en zij strekte haar handen naar de Heer uit. Zij bleef Hem smeken om haar voor minstens één enkele seconde uit die plaats te halen. Deze vrouw was totaal naakt en haar lichaam was bedekt met modder. Haar haren waren vuil en de wormen glibberden van boven naar beneden van haar lichaam. Zij probeerde om hen met haar handen weg te nemen, maar telkens als zij wat weg schraapte vermenigvuldigden zij zich nog meer. Deze wormen waren ongeveer 15-20 cm lang.

Het Woord van Heer zegt in Markus 9:44, " Waar hun worm niet sterft en het vuur niet wordt uitgeblust”

 

Het was zo vreselijk om deze vrouw te horen en haar te zien schreeuwen terwijl deze wormen vraatzuchtig haar vlees aten. Zij had ook een metalenplaat ingebed in haar borstkast die niet met de vlammen kon worden vernietigd. Het zei, "Ik ben hier voor hoererij". Op de zelfde manier moest deze vrouw hoererij bedrijven in de hel met een zeer walgelijke en dikke slang. Deze slang die reusachtige doornen rondom zijn lichaam had van ongeveer 15 -18 cm lang. Deze slang doordrong haar privé delen en reisde door haar lichaam naar haar keel. Toen de slang het lichaam van deze vrouw inging, begon zij vreselijk te schreeuwen, en smeekte de Heer meer intens haar uit die plaats te halen. Zij zei tegen de Heer, "Heer, ik ben hier voor hoererij, ik ben hier al 7 jaar, sinds ik stierf aan AIDS stierf. Ik had zes minnaars, en ik ben hier voor hoererij. " Daar in de hel moest zij het steeds opnieuw doen. Zij had geen rust dag of nacht. Zij moest aldoor op dezelfde manier lijden. Deze vrouw probeerde om haar handen uit te rekken naar de Heer, maar de Heer vertelde haar enkel, "Blanca, het is te laat voor u. Wormen zullen uw bed zijn, en wormen zullen u bedekken." Toen de Heer die woorden zei, werd zij bedekt door een deken van vuur en ik kon haar niet meer zien.

 

Wij bleven lopen en keken naar de duizenden en duizenden mensen in die plaats; jonge mensen, volwassenen, en bejaarde mensen waren in die plaats van lijden en kwelling. Wij kwamen in een gebied aan, die eruit zag als een groot zwembad van vuur en daar binnenin waren duizenden mannen en vrouwen. Elk van hen had in hun borst deze metalenplaat die zei: "Ik ben hier voor het niet geven van tienden en heffingen." Toen ik dat zag, vroeg ik de Heer, "Heer, hoe is dit mogelijk, dat de mensen hier zijn om deze reden?" De Heer antwoordde, "Ja, omdat deze mensen dachten dat tienden en geld offers niet belangrijk waren, waar Mijn Woord het als een bevel geeft". In het boek van Maleachi staat: 3:8, 9 " 8. Mag een mens God beroven? Toch berooft gij Mij. En dan zegt gij: Waarin beroven wij U? In de tienden en de heffing.  9 Met de vloek zijt gij vervloekt, en Mij berooft gij, gij volk in zijn geheel.

De Heer vertelde me ook dat toen Zijn mensen hun tienden inhielden, de werkzaamheden van de Heer stagneerden en ophielden en het Evangelie niet meer gepredikt kon worden. De mensen in deze plaats leden duizend keer meer dan anderen omdat die mensen het Woord van de Heer kenden en het niet gehoorzaamden.

 

Wij bleven lopen en de Heer stond me toe om een man te zien, vanaf zijn taille tot aan zijn hoofd, en ik kreeg een visioen hoe deze man op de wereld stierf. Zijn naam was Rogelio, en hij was in zijn auto. Een persoon kwam dicht bij, om aan hem het evangelie te prediken en gaf hem een Bijbel, maar hij negeerde de waarschuwing van die persoon en ging verder op dezelfde manier, zonder te weten dat, een paar minuten later, zijn auto zou verpletteren en in een afgrond/ravijn zou vallen en dood zou zijn. Het ogenblik dat hij verpletterd werd sloeg de Bijbel open in het boek van Openbaringen 21:8 dat zegt,”Maar de lafhartigen, de ongelovigen, de verfoeilijken, de moordenaars, de hoereerders, de tovenaars, de afgodendienaars, en alle leugenaars; hun deel is in de poel, die brandt van vuur en zwavel: dit is de tweede dood.”

 

Toen Rogelio dit deel van de Bijbel las, stierf hij en kwam in de hel aan. Hij was daar nog maar één maand en had nog wat vlees op zijn gezicht. Maar, hij leed als ieder ander. In het begin wist hij niet waarom hij daar was, dus denk ik, dat toen de christen dicht bij zijn auto kwam, het de enige en laatste kans voor hem was, om de Heer Jezus te accepteren. Op die manier hebben velen dezelfde kans gehad om Hem te accepteren. Vandaag, nodig ik u uit om uw hart voor Jezus te openen. Hij alleen is De Weg, De Waarheid, en Het Leven. Enkel door Hem kunnen wij gered en in het Koninkrijk van de Hemel komen. De Heer vraagt ons ook Zijn wegen te volgen in heiligheid en eer. God zegene u.

 

(Vierde Getuigenis)

 

God zegene u broeders. Het ogenblik dat de Heer mijn hand nam, kon ik zien dat ik me op een rots bevond. Ik keek achter ons en ik zag een engel. En toen begonnen wij door die tunnel naar beneden te gaan met een ongelooflijke snelheid. In een flits, draaide ik me om en zag dat de engel daar niet meer was, en ik begon mij zo bang te voelen. Ik vroeg de Heer, "Heer, waar is de engel? Waarom is hij hier niet meer?" De Heer antwoordde me, "Hij kan niet mee, waar wij op het punt staan heen te gaan. "Wij bleven dalen en stopten abrupt, net zoals een lift. Ik zag verscheidene tunnels; en wij namen diegene waar mijn zuster Sandra over sprak. Dit was één plaats waar de mensen hingen aan haken door hun hoofden en boeien aan hun polsen. Ik zag ook die muur waar de mensen aan hingen; de muur scheen oneindig lang, met miljoenen mensen die er aan hangen. Deze mensen hadden wormen over hun gehele lichaam. Ik draaide, om vooruit te kijken en zag een andere muur die precies hetzelfde leek en ik zei tot de Heer, "Heer! Er zijn zo veel mensen in deze plaats!" Onmiddellijk kwam er een tekst in mijn gedachten, die ik niet herkende, en toen vertelde de Heer me, "Hel en dood zijn altijd hongerig."

 

 Wij verlieten die plaats en wij kwamen bij een andere plaats aan die wij, de "Vallei van de ketels" noemden. Deze ketels waren vol kokende modder, en wij begonnen om dichterbij één van ze te komen. De eerste persoon die ik waarnam was een vrouw. Haar lichaam dreef en zonk in de modder die kookte, maar toen de Heer naar haar keek, hield zij op te bewegen en haar lichaam bleef tot haar middel in die modder. De Heer keek naar haar en vroeg, "Vrouw wat is uw naam?". Zij antwoordde, "Mijn naam is Rubiela".

 

Ik kon zien dat het haar van deze vrouw vol was van die kokende modder. Het vlees hing van haar beenderen die al zwart waren door het vuur. De wormen kwamen binnen door de gaten van haar ogen, kwamen uit haar mond, gingen opnieuw door de neus naar binnen en gingen de oren uit. Als de wormen niet konden binnengaan, maakten zij eenvoudigweg een gat om de andere delen van het lichaam in te gaan, en veroorzaakten onbeschrijfelijke pijn in haar. Tijdens haar schreeuwen, zei zij tegen de Heer, "Heer, alstublieft! Neem me uit deze plaats. Heb genade met me! Zo kan Ik niet langer verdergaan! Laat het stoppen, Heer! Ik kan het niet langer uithouden! Alstublieft, heb genade met me!" De Heer vroeg aan de vrouw waarom zij daar was. Zij antwoordde, dat zij daar was wegens ijdelheid, en dat waren dezelfde woorden die geschreven waren op de metaalplaat die op haar borstkast was. Zij had in haar hand een fles, die er voor mij als een normale fles uitzag, maar voor haar scheen het een zeer dure parfum te zijn. Rubiela moest de fles nemen en dat zuur over haar hele lichaam doen. Op het moment dat zij dat deed, begon al het vlees, dat met het zuur in aanraking kwam, te smelten en dan veroorzaakte het grote pijn voor haar. Zij schreeuwde tot de Heer en zei, "Heer, alstublieft, heb genade met me! Ik kan niet langer hier zijn! Alleen één enkele seconde Heer."

 

Ik zeg niet dat het een zonde is om parfum te gebruiken maar de Heer vertelde ons dat, de vrouw daar was wegens haar parfum. Het Woord van de Heer vertelt ons in Deuteronomium 5:7 " Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben”.

 

Die vrouw was daar omdat haar schoonheid, parfums, en ijdelheid de eerste plaats van haar leven innam. Echter, Jezus de Heer, is Koning der Koningen en Heer der Heren! Hij moet de eerste zijn, de tweede, en de derde plaats in uw leven; dat is waarom deze vrouw daar was. De Heer keek naar haar met droefheid en vertelde haar, "Rubiela, het is te laat voor u, wormen zullen uw bed zijn, en wormen zullen u overdekken." Toen de Heer dat zei, bedekte een deken van vuur haar totaal, terwijl haar lichaam werd verteerd, binnenin die ketel, en zij aan afschuwelijke pijnen leed. Wij waren al ver van die plaats vandaan en kwamen aan in een andere plaats met reusachtige deuren. Wij kwamen dicht bij ze en zij openden voor ons. Wij konden zien dat aan de andere kant een reusachtig hol was. Ik keek omhoog en ik kon lichten van verschillende kleuren zien die zich voortbewogen als een rookwolk.

 

Plotseling, begonnen wij muziek te horen, salsa, ballenato, rock, en allerlei verschillende soorten populaire muziek waar de mensen op de radio naar luisteren. Plotseling maakte de Heer een beweging met Zijn hand, en toen konden wij miljoenen en miljoenen mensen zien die met kettingen aan hun handen hingen en wild over het vuur sprongen. De Heer keek naar ons en vertelde ons: "Kijk, dit is het loon voor de dansers". Zij moesten wild op en neer springen op het ritme van de muziek, als men salsa speelde moesten zij springen op dat ritme, als het een ander soort muziek speelde dan moesten zij springen op dat ritme, en zij konden nooit ophouden met springen. Het ergste van alles was niet dat zij niet konden stoppen.

 

Het was dat hun schoenen niet normaal waren; hun schoenen hadden 15 cm lange spijkers onder hun schoenen zitten. Zij zouden altijd springen en hun voeten doorsteken zonder ooit een ogenblik rust te hebben. Wanneer iemand zou proberen op te houden, zouden demonen meteen komen om hen, met speren neer te steken en hen te vervloeken en zeggen, "Prijs hem! Dit is nu je koninkrijk, Lof Satan! Prijs hem! Je mag niet ophouden, hem te prijzen! Prijs hem! Je moet hem prijzen! Je moet springen!, je moet dansen! Je mag geen één enkele seconde stoppen." Een ander vreselijk iets is, dat veel van de mensen christenen waren, die de Heer kenden maar zij waren in een nachtclub toen zij stierven. Misschien zijn vele personen verwonderd en zichzelf afvragend, "Waar het in de Bijbel staat, dat het verkeerd is om te dansen?"

 

Het Woord van God zegt In Jacobus 4:4: “Overspeligen, weet gij niet, dat de vriendschap met de wereld vijandschap tegen God is? Wie dus een vriend der wereld wil zijn, wordt metterdaad een vijand van God”.

 

Ook, in: 1 John 2:15-17 “Hebt de wereld niet lief en hetgeen in de wereld is. Indien iemand de wereld liefheeft, de liefde des Vaders is niet in hem. 16 Want al wat in de wereld is: de begeerte des vlezes, de begeerte der ogen en een hovaardig leven, is niet uit de Vader, maar uit de wereld.    17 En de wereld gaat voorbij en haar begeren, maar wie de wil van God doet, blijft tot in eeuwigheid”.

 

Denk eraan, dat de wereld zal vergaan en al dit zal verdwijnen. Maar wie de wil van God doet lijft voor altijd staande. Mijn vrienden en broers, toen wij uit dit gebied kwamen, zagen wij iets als bruggen die de hel in secties van verschillende kwellingen verdeelden.

 

Wij zagen een geest lopen over een voetgangersbrug die precies op een pop leek, die wij op de aarde hebben gezien. Wij noemen hen Treasure (Schat) Trollen.

 

Zij hebben verschillend haar met verschillende kleuren en zij hebben het gezicht van een oude man en een lichaam van een jong iemand; zonder seksuele delen. Hun ogen zijn vol van kwaad. En de Heer verklaarde aan ons dat deze soorten geesten, geesten van verlies waren. Deze geest had een speer in zijn handen, en liep hoogdravend op die voetgangersbrug zoals een koningin of zoals een mooi model. Telkens als hij liep, stak hij de mensen, die onder hem waren neer met zijn speer en hij vervloekte hen zeggende, "Herinner de dag, dat je buiten een christelijke kerk was en je niet naar binnen wilde gaan? Herinner de dag, dat zij tot je predikten en je niet wilde luisteren? Herinner de dag, dat zij een evangelietraktaat aan je gaven en je het weggooide?". En de verloren zielen probeerden om het vlees te bedekken dat was overgelaten op de plaats waar zij oren hadden, en zij zeiden tegen de demon, "zwijg! Zwijg! Vertel me het niet meer! Ik wil het niet meer weten, zwijg!" Des al niettemin, deze types van geesten genoten van dit alles vooral wegens de pijn, die zij de mensen oplegden.

 

 Wij bleven lopen met de Heer, en toen wij een massa van mensen bekeken, bemerkte wij een man die luider schreeuwde dan anderen die daar brandde. Deze man zei, "Vader, Vader, heb genade met me!". De Heer was niet van plan om te stoppen om naar deze man te kijken, maar toen Hij de woorden "Vader" hoorde, stond Hij plotseling stil en draaide zich om. Jezus, keek naar hem en vertelde hem, "Vader? U noemt Mij, Vader?, Nee, ik ben Uw Vader niet en u bent ook niet mijn zoon. Als u mijn zoon was, zou u nu met Mij in het Koninkrijk van de Hemel zijn. U bent een zoon van uw vader, de duivel." Onmiddellijk, hief een deken van vuur zich op en omvatte zijn totale lichaam. De Heer vertelde ons het levensverhaal van deze man op de aarde. Hij vertelde ons, dat deze man Hem, Vader noemde omdat hij Hem had gekend. Dit was een man, die naar kerk ging en geluisterd had naar God door Zijn Woord.

 

Hij was een man die vele beloften van God had ontvangen. Toen wij dit hoorden, vroegen wij: “Wat gebeurde er Heer? Waarom is hij dan hier?" De Heer antwoordde, "Hij leefde een dubbel leven; hij leefde thuis op één manier, en in de kerk op een andere manier”. Hij dacht in zijn hart, “Wel, daar is toch niemand die dicht bij mij in de buurt leeft, niet de voorganger of een andere broer dus kan ik doen wat ik maar wil”. Maar hij vergat dat de ogen van Heer op al onze wegen worden geplaatst en dat niemand kan liegen of zich kan verbergen voor de Heer. Het Woord van Heer vertelt ons, "Lieg niet tot uzelf, God kan niet worden bedrogen. Omdat alles wat een mens zaait, hetzelfde zal hij oogsten”.

 

Deze man leed duizend keer meer dan een ander in de Hel; hij betaalde een dubbele veroordeling: voor zijn zonden en voor het feit dat hij dacht dat hij de Heer kon bedriegen. De mensen vinden het gebruikelijk om de ernst van de zonden te rangschikken; zij denken dat homoseksuelen, dieven, en moordenaars grotere zondaren zijn dan leugenaars of roddelaars, maar in de ogen van de Heer, hebben al deze zonden hetzelfde gewicht en hetzelfde loon. En de Bijbel vertelt ons: "Het loon van zonde is dood, de ziel dat zondigt zal sterven”. Mijn vriend en broer, ik nodig u nu uit om de uitnodiging van Jezus te aanvaarden. Jezus, strekt Zijn hand van genade tot uw leven uit als u spijt hebt. Het Woord van de Heer vertelt ons dat hij die zijn manieren verandert en spijt heeft genade zal krijgen. Het is veel beter om nu te geloven dan te wachten om het later aan de weet te komen door ervaring. God zegene u.

 

 

(Vijfde Getuigenis)

 

Het Woord van God vertelt ons in het boek van Romeinen 6:23:

“Want het loon, dat de zonde geeft, is de dood, maar de genade, die God schenkt, is het eeuwige leven in Christus Jezus, onze Here”.

Toen wij op die plaats neerkwamen, begon ik de pijn te voelen en te ervaren van hoe het is om dood te zijn. Ik was zeer bang geworden door de dingen, die ik zag. Ik realiseerde me, dat er vele, vele mensen in die plaats waren; elk van hen schreeuwde en riep. Wij konden zien dat deze plaats in totale duisternis lag. Met de aanwezigheid van de Heer, begon deze duisternis te verdwijnen en wij zagen de zielen van duizenden en duizenden mensen die om hulp riepen en voor genade; elk van hen schreeuwde tot de Heer om hen uit deze plaats te nemen. Wij voelden ook grote pijn omdat wij wisten dat de Heer enorm leed wanneer Hij de mensen zag. Velen riepen tot de Heer om hen uit die plaats te halen enkel voor een minuut, enkel voor een seconde. Elke keer, vroeg de Heer hen, "Waarom wilt u eruit?". De mensen antwoorden: "Omdat ik gered wil worden! Ik wil berouw tonen en gered worden!". Maar, het was al te laat voor hen.

 

Beste mensen die nu naar mij luisteren, nu is het de enige kans om voor onze eeuwige bestemming te kiezen. U kunt of een eeuwige plaats van redding, of een eeuwige plaats van veroordeling kiezen. Wij begonnen te dalen, en toen zag ik dat de vloer waarop wij liepen, werd vernietigd door vuur, en wij zagen er modder met vlammen uit komen. Daar was ook overal een vreselijke geur. Wij voelden ons zo van streek en misselijk door de geur en het schreeuwen van alle mensen.

 

Toen merkten wij ver van ons een man op, die tot zijn taille diep in de modder was. Wanneer hij zijn armen uit de modder haalde viel het vlees van zijn beenderen in de modder. Wij konden een grijze mist zien binnen in zijn skelet en wij vroegen de Heer wat het was, aangezien wij het in elke persoon in de hel konden zien. De Heer vertelde ons dat het hun zielen waren die in dat zondelichaam waren opgesloten; zoals het staat geschreven in: Openbaringen 14:11 “En de rook van hun pijniging stijgt op in alle eeuwigheden, en zij hebben geen rust, dag en nacht, die het beest en zijn beeld aanbidden, en al wie het merkteken van zijn naam ontvangt.”

 

In dat ogenblik, begonnen wij vele dingen te begrijpen die wij op de aarde hadden genegeerd. Het belangrijkste; de boodschap dat het duidelijkst was is dat ons leven hier bepaalt waar wij onze eeuwigheid zullen doorbrengen.

 

Wij bleven lopen hand in hand met de Heer, en wij realiseerden dat de Hel vele verschillende gebieden had, die aan diverse niveaus van kwellingen beantwoordden. Wij kwamen bij een plaats aan waar er vele cellen waren die gekwelde zielen bevatten. De zielen werden gekweld door vele typen van demonen. De demonen vervloekten die zielen en zeiden: "Jij vervloekte stakker, prijs Satan! Dien hem zoals je deed toen je op de aarde was!" De zielen leden vreselijk door de kwellingen, die bestonden uit wormen en vuur dat hen verteerden als een zuur over al hun vlees. Wij konden specifiek twee mannen binnen één gevangeniscel zien. Zij hadden allebei dolken in hun handen en zij verwondden elkaar. Zij zeiden tot elkaar, "Jij vervloekte ellendeling! Het is jouw schuld dat ik in deze plaats ben!

 

Jij bent de oorzaak dat ik hier ben omdat jij me hebt verblind voor de waarheid en me de Heer niet liet herkennen! Jij liet me Hem niet ontvangen! Vaak had ik de kans maar jij liet me Hem niet aannemen! Dat is waarom ik in deze plaats van kwelling ben dag en nacht!" De Heer gaf ons toen een visioen van het leven van die twee jonge mensen. Wij zagen die éne dag dat zij samen uit waren in een café, en zij begonnen te bekvechten en het leidde tot een gevecht, terwijl zij al dronken waren. Één van hen nam een gebroken fles en de andere trok een mes en zij begonnen te vechten. Zij vochten allebei tot elk dodelijk gewond was en stierf. Die twee mensen waren veroordeeld om dat scenario voor altijd te herhalen en zij werden ook gekweld met de gedachten dat zij beste vrienden waren geweest op de aarde, zoals broers in hun liefde voor elkaar.

 

 Ik wil u vandaag vertellen, dat er enkel één echte vriend is, en Zijn naam is Jezus van Nazareth. Hij is de echte vriend. Hij is de trouwe vriend die werkelijk met u is, op elk ogenblik.

 

Wij bleven lopen en wij zagen een vrouw, binnen een andere cel, die in de modder rolde. Haar, haren waren helemaal in de war en vol met modder. Wij zagen toen aan die binnenkant van dezelfde cel een grote dikke slang die zich dicht maar haar toe begon te bewegen en haar lichaam omringde. Hij ging bij haar naar binnen, beginnende bij haar lagere delen. Zij werd gedwongen om seksueel contact te hebben met die slang. In die plaats werden alle vrouwen en mannen die in hoererij geleefd hadden, gedwongen om het daar opnieuw te doen. Maar, in die plaats moesten zij het met slangen doen die 15 cm lange stekelachtige punten op hun lichamen hebben. Die haar lichaam vernietigde elke keer als de slang in haar ging.

 

Dan riep zij uit tot de Heer en vroeg Hem om het tegen te houden. Zij wilde dat lijden niet meer hebben, "Laat het stoppen! Ik zal het niet meer opnieuw doen! Alstublieft! Laat het stoppen!, " smeekte zij de Heer, als die slang in haar ging en haar lichaam steeds opnieuw vernietigde. Wij probeerden om onze oren te bedekken om niet meer te luisteren naar het schreeuwen van deze vrouw maar wij konden haar toch nog steeds horen. Wij probeerden nog beter om onze oren te bedekken, maar dat hielp niet. Wij zeiden tot de Heer, "Alstublieft Heer, wij willen dit niet meer zien en horen! Alstublieft!". De Heer zei tegen ons: "Het is noodzakelijk dat je dit ziet, zodat je het kunt vertellen aan anderen, omdat mijn mensen worden vernietigd, mijn mensen negeren de ware redding, de ware weg naar redding".

 

Wij bleven lopen en zagen een reusachtig meer, met duizenden en duizenden mensen die in het midden van vlammen waren, zij wuifden hun handen vragend om hulp, maar er waren vele demonen die over die plaats vlogen. Deze demonen zouden speren met een s-gebogen speerpunten gebruiken om alle mensen te verwonden die in dat meer van vuur branden en zij vervloekten en bespotten hen zeggende, "Jij vervloekte ellendeling! Nu moet je Satan aanbidden! Prijs hem, prijs hem zoals je dat deed toen je op de aarde was!" Er waren duizenden en duizenden mensen. Wij waren zo bang, wij waren van mening, dat als wij niet de hand van de Heer namen, wij in die met afschuw vervullende plaats zouden worden achtergelaten. Wij waren zo bang en angstig over de dingen die wij op dat moment voelden.

 

Wij zagen in de verte een man staan, die in zeer grote pijn en angst was. Daarbovenop, had hij twee demonen die over hem vlogen en hem kwelde door met speren binnen in zijn lichaam te graven en zijn ribben er uit te halen. Zij hadden ook aldoor pret over hem. De Heer toonde me, dat hij ook nog een andere kwelling had door zich altijd ongerust te maken over de familie, die hij op de aarde had verlaten. Deze man wilde niet dat zijn familie in dezelfde plaats van kwelling zou komen, maar hij was ongerust, omdat hij hen nooit een evangelie boodschap van redding had gegeven. Hij werd gekweld omdat hij zich herinnerde dat zij eens de kans hadden gekregen om de boodschap van redding te ontvangen.

 

Hij was een zeer belangrijke persoon om dit evangelie boodschap aan zijn familie te geven, maar hij verkoos om het te negeren, en nu was hij ongerust over zijn zonen en zijn vrouw. De kwelling ging voor onze ogen verder aangezien demonen kwamen en zijn armen afsneden, en de man in de brandende modder viel. Hij waggelde van de éne plaats naar een andere als een worm vanwege de pijn van de modder die al zijn vlees verbrandde. Zijn vlees droop van zijn beenderen af wegens de hitte en hij begon toen te slingeren als een slang om te proberen uit die plaats weg te komen. Hoewel, telkens als hij probeerde te gaan, duwden de demonen hem terug en dieper in die modder.

 

Wij zagen ook een aantal demonen in één plaats, en ik zag iets dat mijn aandacht greep. Ik merkte op dat één van die demonen een vleugel miste, en wij vroegen de Heer, "Heer, waarom mist die demon één vleugel?" De Heer antwoordde, "Die demon was naar de aarde geworpen met een opdracht, maar hij verwezenlijkte zijn taak niet, en hij werd terug naar de Hel geworpen door één van de bedienden van God”. Toen kwam Satan en strafte hem, en sneed één van zijn vleugels af ". Toen begrepen wij, dat wij, als christenen, al het gezag en de bevoegdheid hebben om in de naam van Jezus alle demonen en heersende machten uit te werpen.

 

Beste vrienden, die op dit ogenblik luisteren naar deze woorden, deze verklaring is niet voor veroordeling maar voor redding dus kunt u, uzelf testen en de conditie/gesteldheid  van uw hart zien vóór de Heer. Dit is zodat u, uw leven kan veranderen voor redding van uw ziel zodat u niet wordt verdoemd/veroordeeld. Nu, op dit ogenblik, hef uw hart vóór de Heer op en belijdt uw zonden, zodat als de Heer op dit ogenblik zou komen, u met Hem mee kan gaan, in plaats van naar die plaats van kwelling, waar het schreeuwen en knersen van tanden zijn. Daar, zult u werkelijk begrijpen waarom Jezus die hoge prijs op het kruis van Golgotha betaalde. Wij zagen vele mensen in de hel die zelfs niet wisten waarom zij daar waren, omdat hun leven vol activiteiten waren geweest, waarvan ze niet dachten dat het zonden waren.

 

Beste vriend, test zelf! Denk niet dat liegen, stelen, verwaand zijn o.k. is om te doen!

Dit alles is juist zonde in de ogen van de Heer! Doe weg en houdt op deze dingen te doen, beste broer! Ik geef u deze boodschap zodat u kan stoppen met moedwillig te zondigen en om meer in het gezicht van de Heer te kijken.

 

 

(Zesde Getuigenis)

 

Psalmen 62:12, " Ook de goedertierenheid, o Here, is uwe, want Gij zult ieder vergelden naar zijn werk”.

Die ochtend, toen de Heer ons bezocht in die kamer, nam Hij ons bij de hand en begonnen wij te dalen. Mijn hart was volledig vol van vrees. Ik kan het niet met woorden beschrijven. Ik wist enkel dat ik de hand van mijn Verlosser niet kon loslaten. Ik voelde dat Jezus, mijn Leven en mijn Licht was, en dat al mijn hoop alleen in Hem was; anders zou ik achtergelaten worden in die plaats. Ik had nooit gedacht dat ik ooit in mijn leven naar die plaats zou gaan; vooral omdat ik niet geloofde dat een dergelijke plaats echt was.

 

Ik dacht altijd, zelfs als christen, dat vagevuur de hel was, maar God toonde me de werkelijkheid van de hel. Toen wij in de Hel aankwamen, voelde ik dat de plaats schudde en dat alle demonen in die plaats wegrenden en zich probeerden te verbergen omdat er niet één van hen was die de aanwezigheid van de Heer kon verdragen. Wij konden horen dat de gevangen zielen, die daar waren, nog luider begonnen te schreeuwen, omdat elk van hen wist dat Jezus van Nazareth daar was. Elk van hen wist dat er enkel één persoon was die hen misschien een kans kon geven om uit die plaats vandaan te gaan. Zij hadden die hoop, zelfs als die hoop geen waarheid was.

 

Wij bleven met onze handen lopen in die van Jezus en wij kwamen aan in een afdeling van hoererij aan. Daar, draaide Jezus zich om, om naar een vrouw te kijken die totaal met vuur was bedekt. Toen Jezus haar zag, begon zij langzaam uit het vuur te komen, hoewel haar lijden daardoor niet ophield. Wij konden zien dat deze vrouw totaal naakt was en wij konden al haar fysieke kenmerken zien. Haar lichaam was totaal bevuild en stinkend, haar haren waren totaal in de war, en zij had iets als had geelgroene modder op haar.

 

Zij had geen ogen meer en haar lippen begonnen in stukken te vallen. Zij had geen oren meer, enkel de gaten, en met haar handen die al helemaal uit zwarte beenderen bestonden, probeerde ze om het vlees, dat van haar gezicht aan het vallen was, terug te zetten maar dit gaf haar zelfs nog meer pijn. Zij schreeuwde toen en schudde zelfs nog meer. Haar schreeuwen eindigde nooit. Haar lichaam was vol met wormen, en er was een slang die rondom haar arm zat, die zeer dik was en die doornen rondom zijn lichaam had. Deze vrouw had het getal 666 in haar lichaam gegraveerd staan, het getal van “Het beest” waarover het Bijbelboek Openbaringen spreekt. Zij had ook een metaalplaat ingebed op haar borst die van een onbekende metaalsoort was gemaakt dat nooit door het vuur werd verteerd. Er was iets geschreven in een vreemde taal op die plaat maar wij konden begrijpen wat er op geschreven stond en het was, "Ik ben hier wegens hoererij." Toen Jezus haar zag, vroeg hij haar, "Elena, waarom bent u in deze plaats?" Toen Elena de Heer beantwoordde verdraaide haar lichaam van de pijn door haar kwellingen, zeggende dat zij daar was wegens hoererij. Zij begon de Heer steeds opnieuw om vergeving te vragen. In de volgende ogenblikken begonnen wij de gebeurtenis van haar dood te zien. Toen zij stierf, had zij een seksuele relatie met één van haar minnaars, omdat zij dacht dat de persoon met wie zij leefde op reis was gegaan. Maar, hij kwam thuis van zijn werk en vond haar in bed met haar minnaar.

 

Hij ging toen naar de keuken en nam toen een grote dolk en stak het in Elena’s rug. Zij stierf toen en werd meegenomen naar de Hel precies op de manier als zij stierf; totaal naakt. In Hel, materialiseert alles zich en zij had nog steeds die grote dolk in haar rug en die veroorzaakte bij haar nog steeds enorme pijn. Tegen die tijd, was zij al zeven jaar in de Hel en zij kon zich elk ogenblik van haar leven en dood herinneren. Zij herinnerde zich ook de tijden dat iemand probeerde om haar over Jezus te vertellen en dat Hij, de enige was, die haar kon redden, maar nu was het te laat voor haar en voor al anderen die daar in de Hel waren. Het Woord van Heer spreekt zeer duidelijk en heel veel over hoererij. Hoererij is een seksuele verhoudingen buiten het huwelijk hebben.

 

1 Corinthiërs 6:13   “Het voedsel is voor de maag en de maag voor het voedsel, en God zal zowel het een als het ander teniet doen. Maar het lichaam is niet voor de hoererij, doch voor de Here, en de Here voor het lichaam."  en ook wij lezen in 1 Corinthiërs 6:18

"Vliedt de hoererij. Elke andere zonde, die een mens doet, gaat buiten zijn eigen lichaam om. Maar door hoererij bezondigt men zich aan zijn eigen lichaam”.

 

Toen Jezus gestopt was om met deze vrouw te spreken, zagen wij een grote deken van vuur haar lichaam bedekken en wij konden haar niet meer zien. Wij hoorden enkel het geluid van haar vlees terwijl het brandde en die afschuwelijke schreeuwen die ik nooit met woorden zal kunnen beschrijven.

 

Terwijl wij met de Heer bleven lopen, toonde Hij ons alle mensen, die daar waren: afgoden aanbidders, die hekserij bedrijven en in de praktijk brengen, onzedelijken, echtbrekers/mensen die overspel plegen, de leugenaars, en homoseksuelen. Wij waren zeer bang om in die plaats verder te gaan, en het enige dat wij wilden doen is; om die plaats zo snel mogelijk te verlaten. Niettemin, Jezus bleef tegen ons zeggen dat het voor ons noodzakelijk was ons om naar deze dingen te kijken, zodat wij het aan anderen konden vertellen zodat ze dit zouden kunnen geloven. Wij gingen weer verder met Hem en grepen Zijn hand nog steviger vast. Wij kwamen aan in een ander gebied, die werkelijk een grote indruk op me maakte.

 

Wij zagen een jonge man daar, rond de 23 jaar, en hij was opgehangen op taille hoogte in het midden van het vuur. Wij konden niet precies zien wat zijn kwelling was maar wij zagen het getal 666 dat op hem was gegraveerd en ook die metaalplaat op zijn borst die zei, "Ik ben hier voor het normaal zijn." Toen deze jonge man Jezus zag, strekte hij zijn hand uit naar Jezus  en smeekte om genade.

 

 Het Woord van God zegt in Spreuken 14:12,

“Soms schijnt een weg iemand recht, maar het einde daarvan voert naar de dood”.

 

Toen wij lazen in die plaat "Ik ben hier voor het normaal zijn,” vroegen wij de Heer, " Hoe kan dit, Heer? Is dit mogelijk, dat een persoon naar deze plaats kan komen om deze reden?" Toen zag Jezus deze man en vroeg hem, "Andrew, waarom bent u hier in deze plaats?" Hij antwoordde: "Jezus, toen ik op de aarde was, dacht ik dat alleen moord en stelen zonden waren, en dat is waarom ik nooit heb geprobeerd om dicht bij U te komen."

De Bijbel zegt in Psalmen 9:17: “De goddelozen keren om naar het dodenrijk, al de volken die God vergeten”.

 

Andrew maakte een grote fout in het classificeren van zonden zoals vele anderen doen in deze tijd. De Bijbel is zeer duidelijk wanneer het zegt dat de prijs van de zonde de dood is, maar de genade van God is het eeuwige leven. Verder, wanneer de Bijbel over zonde spreekt, classificeert het nooit zonden omdat elk van hen zonden zijn. Andrew had de kans om Jezus te kennen en te aanvaarden, omdat hij dat zelf erkende, maar hij nam die gelegenheid niet, die God hem had gegeven. Misschien had hij duizend gelegenheden om de Heer te kennen, maar hij wilde Hem nooit leren kennen en dat was de reden dat hij in die plaats was. Met die gedachte, bedekte een grote deken van vuur zijn lichaam en wij zagen hem niet meer terug.

 

Wij bleven lopen met Jezus en we zagen in de verte iets dat leek op neervallende brokken, maar toen wij dichterbij kwamen bemerkten wij, dat dit mensen waren, die op dat ogenblik in de Hel vielen. De mensen die op de aarde zonder Jezus Christus aan te nemen in hun harten, stierven, kwamen in de Hel aan.

 

Toen zagen wij een jonge man en ook zagen we vele demonen, die met geweld naar hem toe liepen en die zijn lichaam begonnen te vernietigen. Onmiddellijk, begon zijn lichaam zich te vullen met wormen. Ondertussen, zei deze jonge man, "Nee! Wat is dit? Stop! Ik wil niet in deze plaats zijn! Stop het! Dit moet een droom zijn! Neem me uit deze plaats!" Hij wist zelfs niet eens dat hij dood was en dat hij zonder Jezus in zijn hart was gestorven en de demonen hadden plezier over hem en bleven zijn lichaam kwellen. Toen verscheen het getal 666 in zijn voorhoofd, en de metaalplaat op zijn borst. Zelfs al kenden wij de reden niet waarom deze jonge man naar de Hel kwam, wisten wij één ding zonder twijfel, en dat was dat hij er nooit meer uit zou gaan.

 

 De Heer vertelde ons dat de kwellingen van al deze mensen in de Hel zelfs nog erger zouden gaan worden op, “De Dag des Oordeels”. Ik denk dat als zij op dit ogenblik al vreselijk en op een afschuw vervullende manier lijden, ik mij niet kan voorstellen hoe zij na “De Dag des Oordeels”, zullen lijden. Wij zagen geen kinderen in die plaats. Wij zagen enkel duizenden en duizenden jonge mensen, mannen en vrouwen van vele nationaliteiten. Niettemin, in die plaats zijn er geen nationaliteiten meer of sociale niveaus van welke soort dan ook. Allen komen enkel om gekweld en gestraft te worden. Er was enkel één ding dat iedereen wilde, en dat was een kans om, op zijn minst voor een seconde eruit te gaan, of minstens één druppel water te hebben om hun tongen te verfrissen zoals het in het verhaal van de rijke man in de Bijbel staat. Maar dit was niet meer mogelijk omdat zij kozen waar zij hun eeuwigheid wilden doorbrengen en zij beslisten het zonder God te besteden. God stuurt nooit iemand naar de Hel, maar iedereen komt daar door hun eigen handelingen aan.

 

Het Boek van Galaten 6:7 “Dwaalt niet, God laat niet met Zich spotten. Want wat een mens zaait, zal hij ook oogsten”.

 

 Vandaag hebt u de grote kans om uw eeuwig lot te veranderen. Jezus, is nu nog beschikbaar, en de Bijbel zegt dat als wij het leven nog hebben wij ook de hoop nog hebben, vandaag hebt u het leven nog, mis deze kans niet, het kan uw laatste zijn. God zegene u.

 


Please feel free to make copies of this article and give them out. Download PDF file

To read PDF files, you need to use Acrobat Reader.